Enter your keyword

Nu noch (Toe maar)

Nu noch (Toe maar)

Lees hieronder gratis 22 pagina’s van het boek De klucht Nu noch (Toe maar) in hedendaags Nederlands, andere kluchten, sproken en boerden, Onderbroekenlol in middeleeuwse literatuur van Robert Castermans.

De-klucht-Nu-noch-Toe-maar-Robert-Castermans-inkijkexemplaar

Download hier gratis 22 pagina’s van het boek De klucht Nu noch (Toe maar) in hedendaags Nederlands, andere kluchten, sproken en boerden, Onderbroekenlol in middeleeuwse literatuur van Robert Castermans.


Uitgeversinformatie

Nu noch (Toe maar) is misschien wel de beste klucht uit de middeleeuwen. In de 16de eeuw is zij enorm populair en heden ten dage wordt zij nog steeds gelezen en opgevoerd. De klucht gaat over een echtgenoot die enorm onder de plak zit bij zijn vrouw. Zij gaat vreemd, geeft haar man geregeld harde klappen, scheldt hem uit en slingert hem de nodige verwensingen naar zijn hoofd. Zijn buurman adviseert hem om op alles wat zijn vrouw zegt of doet, ‘Toe maar’ te zeggen, zodat zij denkt dat hij krankzinnig is geworden van al haar harde klappen. Uiteindelijk komt de vrouw erachter dat ze bij de neus is genomen en geeft ze zowel haar man als de buurman een ongenadig pak rammel.

Ook andere kluchten en komische vertellingen uit de middeleeuwen passeren in dit boek de revue. Mannen worden daarin belachelijk gemaakt en krijgen geregeld een pak slaag van een vrouw. Ook geestelijken moeten het ontgelden. Pastoors, monniken en begijnen, ze bedrijven allemaal ongeremd de liefde. Kortom: veel onderbroekenlol.

Vanwege de schunnige inhoud is er lange tijd nauwelijks aandacht besteed aan de boerden en andere gewaagde teksten uit de middeleeuwen. Of ze werden wel gepubliceerd, maar dan in een gekuiste versie of met weglating van geile passages. In dit boek wordt echter niets verbloemd. Het vrouwelijk geslachtsdeel is een kut en een kutje, een hete hoer verkoopt haar dikke pruim, een begijn ligt zo hard te wippen met haar minnaar dat ze allebei door de vloer zakken, een vrouw laat zich verwennen door een mannelijke hoer en haar man mag de verschuldigde 20 ponden betalen, een monnik staat letterlijk voor lul als hij tijdens een donderpreek zijn pij optilt om zijn onschuld aan te tonen terwijl de duivel hem snel een knoert van een erectie bezorgt, een pastoor gaat naar de hoeren, komt drie keer klaar, moet zijn blote billen door een andere klant laten kussen, krijgt dan een gloeiend hete pook in zijn kont en komt uiteindelijk volledig onder de stront te zitten. De lezer is dus gewaarschuwd …


Recensie van NBD Biblion

In de middeleeuwen (en trouwens ook al in het klassieke Griekenland) werd na een ernstig (d.w.z. religieus dan wel tragisch) toneelstuk een klucht gespeeld. Die was bedoeld om te lachen na de ernst en had steevast te maken met dagelijks geklungel. Concreet kwam dat neer op man-vrouwverhoudingen, meer in het bijzonder op seks. List en bedrog aangestuurd door hormonen, eeuwenoud. Het zou ons niet moeten verbazen, en toch doet het dat wel een beetje, als je een middeleeuwse klucht als ‘Nu noch’ over een onnozele pantoffelheld leest. En dat lukt natuurlijk beter in hedendaags Nederlands. 234 goed vertaalde versregels (22 ruim gezette pagina’s) krijgen van neerlandicus Robert Castermans 82 uitvoerige bladzijden aangenaam leesbare inleiding. Daarvan zijn er 47 gewijd aan ruim twintig veel minder bekende ‘boerden’, korte sterke verhalen met vaak scabreuze inhoud. Allemaal kernachtig naverteld. Gepresenteerd als ‘onderbroekenlol’, maar toch nét iets meer dan dat. Voor het eerst sinds langere tijd weer beschikbaar materiaal, voor een zeer selecte lezerskring toch wel boeiend en interessant.


Mail van 30-8-2021 aan redacteur Jim van der Meulen n.a.v. Ludo Jongen: ‘In elkaar geflanst’. In: Madoc, Tijdschrift over de middeleeuwen 35 (2021), p. 118-120.

Beste Jim van der Meulen,

Omdat ik de recensie van mijn boek De klucht Nu noch (Toe maar) in hedendaags Nederlands, andere kluchten, sproken en boerden niet van Ludo Jongen noch van jou heb mogen ontvangen, heb ik die afgelopen vrijdag in het P.C. Hoofthuis in Amsterdam gelezen. De stellige titel van de recensie vind ik weinig vriendelijk en respectvol; maar volgens de laatste zin van de recensie gaat het slechts om een indruk. Waarom dan toch een dergelijke destructieve titel?

De recensie bevat veel subjectieve oordelen. Dat mag uiteraard en daarover zal ik het niet hebben. Recensent Ludo Jongen vliegt ook volledig uit de bocht en maakt een kapitale blunder. Daar wil ik het wel over hebben. Ludo Jongen schrijft: ‘Castermans vat dat samen als Drie keer bespeelde hij haar gevoeligste plekjes [lees: plekje, R.C.] en ‘heer Govert’ [de bedrogen echtgenoot] bofte maar dat hij getrouwd was met zo’n lekker stuk dat prima wist hoe ze zijn leuter moest behandelen. Daarvan staat niets in het Middelnederlands.’ Vervolgens citeert Ludo Jongen vs. 137-140 en hertaalt die om aan te tonen dat wat ik samenvat, niet voorkomt in het Middelnederlands.

In werkelijkheid staat dat wel degelijk in de Middelnederlandse boerde en wel in vs. 14o-143:
Hi vertemperde III werf haer snaren
Her gobert was daer doe wel an
Dat hi dien derscher ghewan
Die soe wel wannen hadde gheleert

In: Karel Eykman en Fred Lodder: Van de man die graag dronk en andere Middelnederlandse komische verhalen. Amsterdam: Prometheus. 2002. (Nederlandse klassieken), p. 113 worden deze vier versregels hertaald met:
En stemde driemaal haar gevoelige snaar.
Die heer Govert had toch maar geluk
Dat hij getrouwd was met zo’n lekker stuk
Dat goed met zijn dorsvlegel overweg kan.

Peter G. Beidler: ‘Een bispel van .ij. clerken (from MS KB 15.589-623, Royal Library, Brussels “Hulthem Collection”, 1350-75)’. In: Sources and analogues of the Canterbury Tales. Edited by Robert M. Correale, Mary Hamel. Volume 1 (Cambridge: D.S. Brewer. 2002). (Chaucer studies, [dl.] 28), p. 62 vertaalt deze vier versregels in het Engels met:
He tuned her strings three times.
Master Gobert was lucky
to have married a thresher [= dorser, R.C.] like that,
who had learned to winnow [= wannen, van kaf ontdoen, R.C.] so well.

De betreffende opmerking van Ludo Jongen is een valse beschuldiging en is dus zonder meer onrechtmatig. Ik eis dan ook ingevolge art. 6:167 lid 1 BW rectificatie in het volgende nummer van je tijdschrift. Als ik binnen tien dagen geen positief bericht van je ontvang, ga ik ervan uit dat je weigert te rectificeren.

Naast deze kolossale uitglijder citeert Ludo Jongen de ene keer ‘binnenhuis’ in plaats van ‘binnenshuis’ en de andere keer ‘plekjes’ in plaats van ‘plekje’ en schrijft hij ‘proza hertaling’ in plaats van ‘prozahertaling’, ‘de Middelnederlands tekst’ in plaats van ‘de Middelnederlandse tekst’, ‘vanaf bracht’ in plaats van ‘van afbracht’ en ‘het self publishingplatform’ in plaats van ‘het self-publishingplatform’. Tja, het wreekt zich natuurlijk als deze hooggeleerde hufter niet gebruikmaakt van een redacteur c.q. een redacteur die zo secuur werkt als ik. Dit recensietje maakt de indruk in elkaar geflanst te zijn.1

Met vriendelijke groet,

Robert Castermans

1: vrolijke noot: wat dat betreft vind ik de recensietitel erg toepasselijk!


Onprofessionele en onfatsoenlijke reactie van Jim van der Meulen

‘Het spijt me dat uw boek onze recensent niet kon bekoren. Ik begrijp dat u teleurgesteld bent in het resultaat, maar u vroeg tenslotte zelf om een bespreking in Madoc.’ Dit is het hele inhoudelijke antwoord van redacteur Jim van der Meulen!! Het gaat er helemaal niet om of ik wel of niet teleurgesteld ben in het resultaat. Jim van der Meulen argumenteert als een kip zonder kop, want hij stelt dat ik maar moet accepteren dat Ludo Jongen een aperte en grove onwaarheid over mij verkondigt omdat ik het tijdschrift Madoc heb benaderd om mijn boek te recenseren. Die gigantische miskleun weigert Jim van der Meulen te rectificeren, laat staan dat hij er zich voor verontschuldigt of mij een weerwoord aanbiedt.

Redacteur Jim van der Meulen vindt het belangrijker om een falende en blunderende Ludo Jongen de hand boven het hoofd te houden dan de lezers van het tijdschrift Madoc te voorzien van betrouwbare en correcte informatie – waarvan akte! Ik kan dan ook niemand adviseren om een los nummer van Madoc te kopen, zich te abonneren op dit tijdschrift of zijn of haar abonnement voort te zetten. Als ik geabonneerd zou zijn op Madoc, zou ik mijn abonnement nu opzeggen.

Verder heeft Jim van der Meulen niet het fatsoen mijn vraag te beantwoorden. Hij staat duidelijk met zijn mond vol tanden. Kortom: Jim van der Meulen is een zeer onprofessionele en onfatsoenlijke redacteur.

Jim van der Meulen zal mijn e-mail van 30-8-2021 ongetwijfeld hebben voorgelegd aan Ludo Jongen. Die weet nu dat hij de plank volledig heeft misgeslagen en zichzelf op schier onnavolgbare wijze voor schut heeft gezet. Mijn voorspelling is dat hij zijn flater van formaat niet uit zichzelf zal rectificeren in het volgende nummer van Madoc. Dan weten we allemaal wat voor wetenschapper Ludo Jongen is.


Mail van 5-10-2021 aan redacteur Jim van der Meulen en cc aan Thys VerLoren van Themaat, de directeur van uitgeverij Verloren

Beste Jim van der Meulen,

Mijn reactie op je onprofessionele en onfatsoenlijke reactie kun je lezen op https://salarisonderhandelen.nl/nu-noch-toe-maar en https://www.lovematches.nl/nu-noch-toe-maar.

Als je denkt dat je mij met een ‘in elkaar geflanst’ – ik verlaag me even tot jullie taalgebruik – flutmailtje kunt afschepen, vergis je je schromelijk. Hierbij herhaal ik dan ook ingevolge art. 6:167 lid 1 BW mijn eis tot rectificatie in het volgende nummer van het tijdschrift Madoc.

Indien ik binnen 5 dagen geen rectificatietekst ontvang die je gaat publiceren, zijn nadere acties onvermijdelijk. Hopelijk laat je het niet zover komen.

Met vriendelijke groet,

Robert Castermans


Mail van 21-11-2021 aan Thys VerLoren van Themaat, directeur van uitgeverij Verloren, en cc aan de redactie van Madoc

Geachte heer L.M. VerLoren van Themaat, beste Thys VerLoren van Themaat,

Een hoogleraar die ruiterlijk toegeeft dat hij een enorme bok heeft geschoten en zich daarvoor verontschuldigt, moet je met een lantaarntje zoeken. Ludo Jongen liegt dat hij scheel ziet in een wanhopige poging zich onder zijn joekel van een blunder uit te liegen. Daarbij slaat Ludo Jongen wild om zich heen. Ludo Jongen is duidelijk op zijn professorale leuter getrapt. Als wetenschapper heeft Ludo Jongen zichzelf volledig gediskwalificeerd.

In zijn in elkaar geflanst weerwoord aan jou schrijft Ludo Jongen: ‘Het draait om de zinsnede “Daarvan staat niets in het Middelnederlands”. Dat citaat slaat terug op het voorgaande citaat uit Castermans [lees: Castermans’; ons dom professortje maakt werkelijk oliedomme fouten, ik adviseer je dan ook om dit uilskuiken een schop onder z’n kont te verkopen, R.C.] boek: Drie keer bespeelde hij haar gevoeligste plekjes [lees: plekje; iets simpels als citeren is kennelijk al te hoog gegrepen voor ons dom professortje, R.C.] en “heer Govert” [de bedrogen echtgenoot] bofte maar dat hij getrouwd was met zo’n lekker stuk dat prima wist hoe ze zijn leuter moest behandelen. Uit de context kan worden opgemaakt dat het in de bespreking gaat om het woord “leuter” ’. Dit laatste is een bikkelharde leugen om met Peter R. de Vries te spreken. Het gaat wel om die zinsnede. En om te bewijzen dat van het betreffende citaat niets in het Middelnederlands staat, citeert Ludo Jongen vs. 137-140 van de boerde Een bispel van II clerken, Ene goede boerde: ‘Die clerc nu bider vrouwen es, / Die hem dede goet ghetes; / Hem dochte hi hadde wel ghevaren, / Hi vertemperde III werf haer snaren.’ Ludo Jongen hertaalt dit in zijn recensie met: ‘De student nu lag bij de vrouw; zij onthaalde hem hartelijk. Hij meende dat hij het er uitstekend vanaf bracht [lees: van afbracht; ons dom professortje haalt de woorden een beetje door elkaar, R.C.]: tot wel drie keer toe betokkelde hij haar snaren.’ Maar het betreffende citaat is mijn hertaling van vs. 140-143: ‘Hi vertemperde III werf haer snaren / Her gobert was daer doe wel an / Dat hi dien derscher ghewan / Die soe wel wannen hadde gheleert’. Dit heeft Ludo Jongen volledig over het hoofd gezien. Daarom schrijft hij ook in zijn recensie dat ik ‘de vertelelementen een beetje door elkaar [haal]’. Voor alle duidelijkheid zal ik vs. 140-143 onder elkaar zetten met mijn hertaling ernaast zodat iedereen kan zien dat ik de vertelelementen volstrekt niet door elkaar haal:
vs. 140: Hi vertemperde III werf haer snaren – Drie keer bespeelde hij haar gevoeligste plekje
vs. 141: Her gobert was daer doe wel an – en ‘heer Govert’ bofte maar
vs. 142: Dat hi dien derscher ghewan – dat hij getrouwd was met zo’n lekker stuk
vs. 143: Die soe wel wannen hadde gheleert – dat prima wist hoe ze zijn leuter moest behandelen

Over het woord ‘leuter’ merkt Ludo Jongen op in zijn in elkaar geflanst weerwoord aan jou dat ik mijn hertaling ‘[meen] te moeten opleuken met een schuttingwoord.’ In vs. 143 staat het woord ‘wannen’. Dit verwijst naar seks bedrijven. Zie Frederik Joris Lodder: Lachen om list en lust, Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. [z.pl.]. 1997. Dissertatie Leiden, p. 83: ‘In Een bispel van II clerken zijn slechts enkele metaforen ontleend aan de muziek: snaren vertemperen (vs. 140) voor de geslachtsgemeenschap, fluntse [fluit] (vs. 148) voor de penis en scallen [bel, klok] (vs. 200) voor de testikels; in de agrarische sfeer liggen derscher (vs. 142) voor het lid en wannen (vs. 143) voor de coïtus.’ Zie ook het Middelnederlandsch woordenboek (MNW) 9, 1704, s.v. wannen: ‘3) In obsc. [= obscene, seksuele, R.C.] zin || Her Gobert was daer doe wel an, dat hi dien derscher ghewan, die soo wel wannen hadde gheleert’. Omdat het woord ‘wannen’ naar meerdere seksuele handelingen kan verwijzen, heb ik dat hertaald met ‘zijn leuter behandelen’. En omdat boerden behoorlijk platvloers zijn, is een populair woord als ‘leuter’ toepasselijker dan een medische term als ‘penis’. Ik meen dus helemaal niet de betreffende boerde te moeten opleuken met een schuttingwoord. Maar Ludo Jongen meent wel dat de lezers van Madoc op zijn geleuter zitten te wachten.

Ludo Jongen schrijft verder in zijn in elkaar geflanst weerwoord aan jou: ‘Karel Eykman (uit wiens vertaling Castermans letterlijk citeert, zonder bronvermelding)’. Opnieuw verkondigt Ludo Jongen een aperte en grove onwaarheid over mij, kennelijk in een verwoede poging mij in diskrediet te brengen. Ten eerste citeer ik op p. 41 van mijn boek helemaal niet uit Karel Eykman en Fred Lodder: Van de man die graag dronk en andere Middelnederlandse komische verhalen. Amsterdam: Prometheus. 2002. (Nederlandse klassieken). Ten tweede is dit boek een van mijn bronnen en daarom vermeld ik het wel degelijk in de bibliografie (zie p. 84 van mijn boek).

Gezien het bovenstaande verzoek en zo nodig sommeer ik je in het eerstvolgende nummer van je tijdschrift Madoc de volgende rectificatietekst te publiceren:

Rectificatie
In Madoc 35 (2021), p. 118-120 staat een recensie van Ludo Jongen van het boek Nu noch (Toe maar) in hedendaags Nederlands, andere kluchten, sproken en boerden, Onderbroekenlol in middeleeuwse literatuur van Robert Castermans. In dit boek staat op p. 41 als hertaling van een passage uit Een bispel van II clerken, Ene goede boerde: ‘Drie keer bespeelde hij haar gevoeligste plekje en “heer Govert” bofte maar dat hij getrouwd was met zo’n lekker stuk dat prima wist hoe ze zijn leuter moest behandelen.’ In zijn recensie beweert Ludo Jongen hierover: ‘Daarvan staat niets in het Middelnederlands’. Ter adstructie van zijn bewering citeert en hertaalt Ludo Jongen vs. 137-140 van Een bispel van II clerken, Ene goede boerde. De betreffende passage staat echter in vs. 140-143 van deze boerde. Ook is er geenszins sprake van dat Robert Castermans de vertelelementen een beetje door elkaar haalt, zoals Ludo Jongen beweert. Wij bieden Robert Castermans onze welgemeende excuses aan voor deze grote en grove fouten van Ludo Jongen.
uitgever en redactie van Madoc

Mocht ik binnen 4 dagen geen bericht van je krijgen dat je dit gaat doen, dan zie ik mij genoodzaakt aanvullende acties te ondernemen. Zo nodig zal ik jou en Ludo Jongen voor de rechter slepen, want jullie zijn beiden aansprakelijk: jij als uitgever en Ludo Jongen als auteur. Uiteraard zal ik dan een volledige schadevergoeding eisen en zullen de kosten van de procedure voor jullie rekening komen. Hopelijk laat je het niet zover komen.

Met vriendelijke groet,

Robert Castermans

PS Deze e-mail heb ik gepubliceerd op: www.salarisonderhandelen.nl/nu-noch-toe-maar en www.lovematches.nl/nu-noch-toe-maar. Binnenkort volgen ook publicaties op social media. Per slot van rekening heeft iemand klaarblijkelijk met veel genoegen op de Facebookpagina van Madoc gezet dat in het zomernummer van 2021 van Madoc ‘kritische recensies’ staan. Heeft Ludo Jongen dat gedaan? En heeft Ludo Jongen vervolgens drie dagen met een knoert van een stijve leuter rondgelopen?


De recensent gerecenseerd

Ludo Jongen (1948) heeft een recensie van mijn boek De klucht Nu noch (Toe maar) in hedendaags Nederlands, andere kluchten, sproken en boerden, Onderbroekenlol in middeleeuwse literatuur gefabriceerd, c.q. in elkaar geflanst. Hoewel er mijns inziens niet veel deugt van deze recensie, zal ik hieronder slechts 8 punten bespreken. Meer aandacht vind ik te veel eer voor recensie en recensent.

Hier volgt binnenkort een kritische bespreking van de recensie van Ludo Jongen.


Bestel nu De klucht Nu noch (Toe maar) in hedendaags Nederlands, andere kluchten, sproken en boerden, Onderbroekenlol in middeleeuwse literatuur